Kokerboom: een aloëplant ter grootte van een knotwilg

De kokerboom is eigenlijk geen boom. Het is een vetplant die behoort tot het geslacht aloë. Het is een supergrote vetplant, die wel drie tot negen meter hoog kan worden. Ongeveer net zo groot als ean knotwilg.

Aloe dichotoma

De Latijnse naam voor deze boom is dan ook Aloe dichotoma. Aloë’s zijn een Afrikaans vetplantengeslacht waarvan slechts enkele bomen vormen. De kroon van de boom bestaat uit een groot aantal gevorkte takken, wat de soort zijn naam dichotoma geeft, wat vertakt of gevorkt betekent. De kokerboom komt voor in erg droge streken in Zuid-Afrika en het naburige zuiden van Namibië.

Kokers voor pijlen

In het Engels wordt de kokerboom Quivertree genoemd. Dat komt omdat de Bosjesmannen (San) de holle takken van de plant gebruiken om er pijlkokers (quiver) van te maken. De boom heeft namelijk geen echt hout, maar de binnenkant van de takken bestaan uit een zacht pulpachtige materiaal. Hierdoor kunnen de takken gemakkelijk worden uitgehold. Het ene uiteinde van het holle gedeelte werd afgesloten met een stuk leer en diende als een koker voor pijlen. De grote uitgeholde stammen werden gebruikt om voedsel en water op te slaan. Bovendien functioneerde de stammen als een soort koelkast. Het vezelige weefsel binnenin de stam zorgt voor een verkoelend effect als de lucht er doorheen wordt geblazen.

kokerboom
Een kokerboom. Bron afbeelding: Wikipedia
kokerbomen
Een kokerbomen bos. Bron afbeelding: Wikipedia

Basaltblokken

De meeste kokerbomen groeien over, op, of tegen blokken basalt. Deze blokken nemen gedurende de dag de hitte van de zon op, welke warmte vervolgens gedurende de nacht wordt afgestaan. Ondanks de koude nachten (het kan vriezen) is er op deze manier sprake van een microklimaat met een constante omgevingstemperatuur.

Bronnen: Amusing Planet, Moss and Fog, Wikipedia

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.